Wrang
Ik nuttig koffie en sigaren — mijn mond
smaakt wrang;
niet wranger dan het lot waarin ik ben vervallen.
Dit leven, dat ik sterk loop te vergallen...
ik drijf de spot met alles — al ben ik bang.
Zondebokken. Oplichting. Het is een
feest;
niet zelden ben ik daarvan weggeweest.
Zwartgallig zijn de dagen die me rustig stemmen;
het is niet dat je keus hebt — je moet er maar aan wennen.
Toch...
de vogels fluiten ook niet minder mooi.
De beesten zijn naïef — ik geef het ze te doen.
Geen dier is veilig, zelfs geen waterhoen,
in de drukke wereld: deze klerezooi
Reacties
Een reactie posten